Nieuwe vermogensbelasting vanaf 2028: hoeveel geld sparen en beleggen straks écht gaat kosten
Vanaf 1 januari 2028 staat er een ingrijpende verandering omtrent de vermogenstaks op spaargeld, beleggingen, cryptomunten en ander bezit op de planning. Er komt namelijk een volledig nieuw stelsel in Box 3 van de inkomstenbelasting. In plaats van kijken naar fictief rendement, gaat de Belastingdienst belasting heffen over wat je daadwerkelijk verdient. Toch zitten ook hier de nodige haken en ogen aan. Wij zochten uit hoe je vermogen over twee jaar precies belast gaat worden.
De nieuwe vermogenstaks van 2028
Als je op dit moment in het bezit bent van veel aandelen, spaargeld en cryptomunten, staat er over enkele jaren een interessante verandering op de agenda van de Belastingdienst. Naar verluidt zal op 1 januari 2028 een nieuwe vermogenstaks in het leven worden geroepen. Tot nu toe baseert de overheid de heffing op een ‘verondersteld rendement’. Dit is simpelweg een vast percentage dat rekening houdt met de verwachte groei van je spaargeld en beleggingen.
Dat systeem lag al jaren onder vuur, omdat het bijvoorbeeld spaarders benadeelde die weinig of geen rendement maken. De Hoge Raad verklaarde het systeem zelfs meerdere keren onrechtmatig. Dit is de voornaamste reden waarom er in 2028 een nieuwe vermogenstaks zal worden toegepast in Nederland.

Lees ook: Belastingvrij sparen in 2026: wat is het en hoeveel geld mag je hebben?
Succesvolle beleggers worden hard geraakt
Goed, de toekomstige vermogensbelasting van 2028 moet enkel je daadwerkelijk rendement belasten. Dat betekent dat je geen belasting hoeft te betalen als je cryptomunten of aandelen in waarde zijn gedaald, verliezen kunnen zelfs worden verrekend met toekomstige winsten.
Maar belangrijk: je betaalt niet alleen belasting wanneer je verkoopt. Ook niet-gerealiseerde waardestijgingen (zogeheten ‘paper gains’) worden in principe jaarlijks belast. Dat betekent dus dat als jouw aandelen op papier € 20.000 in waarde stijgen, je daar belasting over kunt betalen, ook als je ze nog niet hebt verkocht.
Anderzijds moet je van winsten serieuze bedragen afstaan aan de Belastingdienst. Het tarief blijft naar verwachting 36% over het werkelijke rendement. De vrijstelling zit niet meer in een vast vrij vermogen van bijvoorbeeld € 60.000, maar in een vrijgesteld bedrag aan rendement (ongeveer € 1.800 per persoon per jaar). Alleen het rendement daarboven wordt belast. Bij hogere bedragen tikt dat dus écht aan. Succesvolle beleggers zullen het over twee jaar waarschijnlijk merken als er een blauwe brief op de mat valt.

Belasting over werkelijk rendement (ook zonder verkoop)
Afijn, de nieuwe vermogenstaks van 2028 laat je dus betalen over wat je daadwerkelijk verdient met je investeringen: rente, dividend én waardestijging. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, hoef je dus niet eerst je aandelen of crypto te verkopen voordat de fiscus aanklopt. Voor de meeste beleggingen geldt een zogenoemde vermogensaanwasbelasting: jaarlijkse belasting over de waardeontwikkeling.
Voor sommige specifieke bezittingen, zoals bepaalde vormen van vastgoed of start-up-aandelen, kan wél een vermogenswinstbelasting gelden. Dan betaal je pas bij verkoop. In principe blijft het aantrekkelijk om geld te investeren, maar het fiscale speelveld verandert duidelijk.
Mensen die veel rendement maken, gaan er relatief op achteruit vergeleken met spaarders met lage opbrengsten. Kleine beleggers met beperkte winsten kunnen onderaan de streep juist iets gunstiger uitkomen dan in het oude fictieve systeem. Zo moet het toekomstige stelsel ‘eerlijker’ worden.
Meer lezen over belastingen? Lees ook: Veel zzp’ers missen jaarlijks duizenden euro’s aan pensioen‑ en belastingvoordeel