Verborgen in hotels: deze 5 restaurants in Amsterdam wil je kennen
Verstopt achter internationale hotels schuilen een van de beste restaurants van Amsterdam. Plekken waar de keuken niet sluit op Hollandse tijden, maar waar je nog na tien uur in de avond nog eten kan bestellen. Restaurants met een internationaal gevoel, goede chefs en prachtig interieur.
1. Selva: op grote hoogte in nhow Amsterdam RAI
We beginnen deze lijst direct sky-high met Selva. Gelegen op de 24ste verdieping van het imposante nhow Amsterdam RAI hotel, biedt Selva een unieke ervaring met een adembenemend 360º uitzicht over de prachtige hoofdstad. Vooral in de zomer is de zonnige rooftopbar dus een echte aanrader.
De sfeer: warm, zwoel en vol kleur. Alsof je midden in het Amazonegebied staat, maar dan met een cocktail in je hand. Het interieur, van de hand van El Equipo Creativo, voelt als een ode aan de natuur zelf. Overal zie je die rauwe, levendige energie terug: rijke kleuren, speelse texturen en een vibe die je even laat vergeten dat je gewoon binnen zit.

De keuken? Die knalt, en niet zo’n beetje ook. Verwacht een explosie van Latijns-Amerikaanse smaken. Geen half gedoe. Selva biedt de opties om te genieten van een á la carte menu of menu’s speciaal samengesteld door de chef himself.
Hoewel er genoeg interessante opties zijn als main dishes, zijn wij fan van shared dining, vooral wanneer een kaart zo’n smaakvol aanbod aan gerechten heeft. Van een heerlijke Chicharron tot aan Portobello Green Ceviche; zet die tafel lekker vol en geniet samen van de kleurrijke (en bovenal verrukkelijke) gerechten. Onze absolute tip tussen de Small Dishes: de Selva Steak Tartare. Geloof ons maar, deze zal je niet teleurstellen.

2. The Lobby: absolute klasse in Hotel V
Bij The Lobby draait alles om kwaliteit, sfeer en comfort. Hier schuif je aan voor gerechten die in de open keuken worden bereid met de beste seizoensingrediënten, onder leiding van chef Jeroen van Spall.
Het interieur ademt mid-century cool: stijlvol, maar toch warm en uitnodigend. Naast het restaurant vind je er een lounge en bar, plus twee stijlvolle ruimtes voor private dining of een cocktailparty.

Wat The Lobby extra bijzonder maakt, is dat je er de hele dag terechtkunt. ’s Ochtends voor een van de beste à-la-carte ontbijten van de stad, in het weekend voor een decadente lazy brunch, overdag voor lunch en ’s avonds voor fine dining die je verrast met creatieve en gedurfde smaken. En ben je na het diner nog niet klaar? Dan wacht de bar met een royale kaart.
Toen wij het op de kaart zagen staan, konden wij het niet laten om hem te bestellen: de Côte de boeuf (800 gr) – voor 2 personen. Heerlijk medium-rare gebakken en geleverd met heerlijke patat van Frietboutique. Classic.

Ben je een echte wijnliefhebber, dan kan je extra in je handje wrijven. De wijnkaart is zo goed dat ze er onlangs de Wine Spectator’s Best of Award of Excellence mee hebben gewonnen. En, geloof ons maar op ons woord, dat proef je! Onze tip: combineer vooral een dessert met een lekker intense dessertwijn. Daar zal je geen spijt van krijgen. Cheers!
3. Taiko: Japans meesterschap in het Conservatorium Hotel
Wie het Conservatorium Hotel binnenstapt, stapt een andere wereld in. Marmer, glas, design en rust. Het soort plek waar je automatisch zachter gaat praten. Achterin, in een ingetogen ruimte vol sfeer en klasse, ligt Taiko – het domein van chef Schilo van Coevorden.
Schilo is een man die zijn strepen ruimschoots verdiend heeft in de internationale fine dining, maar hier heeft hij zijn hart verpand aan de moderne Aziatische keuken. En dat voel je in alles: de precisie, de opbouw van het menu, de smaken die tot in detail kloppen.

Onze favorieten? De black cod is simpelweg perfect en een klassieker van de chef. Gegaard tot fluweel, met een lichtzoete miso-glazuur die nog minuten na de laatste hap op je tong blijft hangen. Daarnaast is de mix van tonijn sushi waanzinnig, waar je op drie manieren de tonijn krijgt.
Het omakase-menu verandert per seizoen, wat elke keer weer een nieuwe reden is om terug te gaan. Hier eet je op niveau, zonder stijf gedoe. Precies goed.
4. ARCA: Portugese flair met Aziatische pit (Art’otel)
ARCA is zo’n plek waarvan je meteen denkt: waarom zit ik hier niet elke maand? In het stijlvolle art’otel, pal tegenover Centraal Station, zit deze elegante cocktail van Portugese smaken met een Aziatische onderstroom. Geen gimmicks, maar doordachte combinaties, gebracht door de befaamde chef Henrique Sá Pessoa, een naam die in Lissabon klinkt als een klok met twee sterren op zijn naam.

De sfeer is ontspannen, maar doordacht – het soort plek waar je afspreekt met vrienden die houden van goed eten en sterke verhalen.
Wat we hier altijd bestellen? De gegrilde pulpo. Stevig maar boterzacht, licht rokerig, en afgemaakt met een frisse touch die ‘m perfect in balans brengt. En dan de tuna tataki: kort aangezet, fris, pittig, en met een saus waar je stil van wordt.
De bediening is vlot, de wijnkaart scherp, de bar uitnodigend; ARCA is een plek waar je na het eten nog even blijft hangen. En misschien nog een ronde bestelt in de bar.
5. Cecconi’s: Italiaanse klasse in het Soho House
Er zijn pizzeria’s. En er is Cecconi’s. Verstopt in het stijlvolle Soho House aan het Spui, dat privéclubgevoel ademt zonder snobisme, zit deze moderne Italiaanse klassieker. Donker hout, marmer, fluweel. Alles klopt.

En dan heb je het eten nog niet eens gehad. Onze vaste prik? Een wood oven pizza: krokante bodem, luchtige korst, net verbrand genoeg, met rijke toppings die nergens over de schreef gaan. En natuurlijk de meatballs. Die dingen zijn gevaarlijk goed: zacht, sappig, vol smaak, met een saus waarin je je brood wilt dopen tot het bord glanst.
Cecconi’s is ideaal voor een avond met klasse, zonder gedoe. Je zit hier tussen creatieven, ondernemers, locals met smaak.
Tot slot
Deze restaurants bewijzen dat achter hotellobby’s vaak de beste tafels van de stad verscholen liggen. Niet voor het schreeuwende publiek, maar voor de fijnproevers. Voor mannen die weten dat stijl zit in de details, en dat écht goed eten geen uiterlijk vertoon nodig heeft.