Dit houdt je onnodig tegen in de sportschool (en het zijn niet je spieren)
In de sportschool hoor je ’m overal: “Je moet altijd trainen tot spierfalen.” Klinkt lekker hardcore. Tot het punt dat je spieren zogenaamd niets meer kunnen en jij trillend afhaakt. Alleen hier komt de twist: spierfalen bestaat (bijna) niet. Ja, echt. Wat jij voelt als “ik kan niet meer” is in de meeste gevallen geen spier die opgeeft, maar een brein dat uit zelfbescherming op de rem trapt. En precies dát is de reden waarom je sets vaak stoppen terwijl er nog reps in zitten.
Wat is ‘spierfalen’ eigenlijk?
In de praktijk kunnen je spieren vaak nog best een paar reps extra aan. Alleen jouw brein vindt het wel mooi geweest. Niet omdat je geen kracht meer hebt, maar omdat de inspanning te zwaar voelt. En dat gevoel heeft zelfs een naam: perceived exertion, hoe zwaar jij dénkt dat iets is.
Experts aan de Amerikaanse ‘National Library of Medicine‘ zijn daar inmiddels vrij duidelijk over: vermoeidheid in de gym is vaak geen spierprobleem, maar een breinprobleem. Dat noemen ze centrale vermoeidheid. Klinkt technisch, maar het idee is simpel: je hoofd trapt eerder op de rem dan je lichaam echt leeg is.

Zie het als een voetbalwedstrijd. Je hebt fysiek nog genoeg in de tank, maar zodra je brein besluit dat een sprint ‘te veel’ is, blijf je joggen. Niet omdat je niet kúnt, maar omdat je denkt dat je niet meer kunt.
Het gevoel van “ik faal” komt zelden van spieren die echt leeg zijn. Meestal is het het moment waarop jij, en vooral je brein, besluit dat het genoeg is. De set voelt zwaar, je ademhaling schiet omhoog en nog vóór je spieren écht klaar zijn, trekt je hoofd aan de noodrem.
Lees ook: Waarom je handen verkrampen tijdens het trainen (en wat je eraan doet)
Brein vs. spier: wie wint?
Tijdens een set staan je spieren natuurlijk in brand. Dat hoort erbij. Maar zolang je technisch nog een herhaling kunt doen en je lijf niet instort, is stoppen vaak geen noodzaak, het is een keuze. Eentje die je brein maakt. En dat brein laat zich door van alles beïnvloeden.
Scrollen tussen sets bijvoorbeeld. Even TikTok, even appen. Je lichaam rust, maar je hoofd niet. Gevolg: de volgende set voelt zwaarder dan hij is. Niet omdat je spieren achterlopen, maar omdat je brein geen pauze heeft gehad. Stress werkt net zo. Een nare week, gezeik aan je hoofd of een volle to-do-lijst verhogen je perceived effort. Alles voelt eerder zwaar, dus haak je sneller af. Niet omdat je zwakker bent, maar omdat je hoofd al op halve kracht draait.

Je brein is tijdens een oefening ook bezig met balans, grip, houding en ademhaling. Hoe meer het moet managen, hoe zwaarder de set voelt. Daarom triggert een Bulgarian split squat sneller ‘falen’ dan een leg press: meer focus, minder simpel duwen. En je ademhaling telt mee. Ga je hijgen alsof je sprint, dan denkt je brein automatisch: op = stoppen. Zelfs als je spieren nog kunnen. Rust je te kort, dan start je elke set al met een achterstand.
Wat is de oplossing?
Train niet alleen je spieren, maar ook je brein. Rust écht tussen sets: telefoon weg, ademhaling omlaag. Minimaliseer afleiding. Train op stressvolle dagen slimmer en simpeler. En werk aan je conditie — minder hijgen betekent meer controle.
Wat we spierfalen noemen, is vaak gewoon denkfalen. Je brein stopt de set terwijl je lijf nog brandstof heeft. En juist die herhalingen die je laat liggen, zijn degene die het verschil maken. Herken het verschil tussen echt niet meer kunnen en denken dat je niet meer kunt. Krijg je dat onder de knie, dan til je je training, letterlijk, naar een hoger niveau.
Lees ook: Nieuw onderzoek onthult: 3 minuten rust tussen sets zorgt voor 93% meer spiergroei