De arme klasse (de laagste inkomensklasse van Nederland)
Onderaan het inkomensstelsel vinden we de arme klasse. Wie jaarlijks minder dan € 18.000 bruto verdient, heeft doorgaans weinig financiële speelruimte. Vaste lasten als huur, energie en boodschappen nemen een groot deel van het inkomen in beslag, waardoor sparen nauwelijks mogelijk is. Onverwachte uitgaven, zoals een tandartsrekening of een kapotte wasmachine, kunnen daardoor direct voor financiële problemen zorgen.
Het is overigens belangrijk om onderscheid te maken tussen een laag inkomen en officiële armoede. Het CBS kijkt bij het vaststellen van armoede namelijk ook naar de financiële situatie van een huishouden en de noodzakelijke uitgaven.
De lage klasse
De lage inkomensklasse bestaat in deze globale indeling uit mensen die jaarlijks tussen de € 18.000 en € 28.000 bruto verdienen. Essentiële kosten zijn doorgaans te betalen, maar grote financiële ruimte is er niet. Sparen kan, al vraagt dat om een strakke planning. Onverwachte kosten zijn beter op te vangen dan in de laagste inkomensgroep, maar zorgen nog altijd voor financiële stress.

Lees ook: Zorgpremie stijgt met recordbedrag in 2027: zoveel ga je extra betalen
De middenklasse
Het grootste deel van de werkenden in Nederland bevindt zich ergens rondom de middenklasse. Als referentiepunt kunnen we kijken naar de persoonlijke inkomens. Volgens de nieuwste cijfers van het CBS bedroeg het mediane persoonlijke inkomen in 2025 ongeveer € 35.900 bruto per jaar. Het gemiddelde lag met € 44.200 een stuk hoger. De mediaan is het middelste inkomen wanneer iedereen van laag naar hoog wordt gerangschikt.
Voor werkenden liggen de bedragen hoger. In 2024 bedroeg het mediane persoonlijke inkomen van mensen met werk als voornaamste inkomensbron € 46.200. Met een inkomen in die buurt is er doorgaans ruimte voor een jaarlijkse vakantie, een avondje uit en wat spaargeld. Toch betekent dat niet automatisch dat je financieel onbezorgd kunt leven. Vooral de woonlasten en de samenstelling van je huishouden bepalen hoeveel geld er uiteindelijk overblijft.
De bovenklasse
Wie jaarlijks tussen de € 55.000 en € 75.000 bruto verdient, valt in deze globale indeling onder de bovenklasse. Er ontstaat doorgaans meer financiële ademruimte. Uit eten gaan, langere vakanties en comfortabel wonen worden een stuk toegankelijker. Ook sparen en beleggen kunnen een groter onderdeel van de financiële planning worden. Hoeveel luxe daadwerkelijk mogelijk is, hangt uiteraard af van de persoonlijke omstandigheden.

De hoge inkomensklasse
Wie aanzienlijk meer verdient dan de gemiddelde Nederlander, komt in de hogere inkomensgroepen terecht. In deze indeling gaat het om persoonlijke bruto jaarinkomens van ongeveer € 75.000 tot € 160.000. Dit zijn geen officiële CBS-grenzen voor de top 5%, maar indicatieve bedragen om de inkomensgroepen van elkaar te onderscheiden.
Met zo’n inkomen ontstaat er doorgaans meer ruimte om vermogen op te bouwen, te beleggen en grotere uitgaven te doen. Denk aan een verre reis, een luxere auto of een ruimere woning. Toch is ook hier het verschil tussen inkomen en vermogen belangrijk: een hoog salaris betekent niet automatisch dat iemand al een groot vermogen heeft opgebouwd.
De absolute top van de inkomensklassen
Helemaal bovenaan vinden we de absolute inkomenselite. In deze globale indeling gaat het om mensen met een persoonlijk bruto jaarinkomen van € 160.000 of meer. Het gaat om uitzonderlijk hoge inkomens, waarmee doorgaans veel financiële mogelijkheden ontstaan. Luxe woningen, meerdere vakanties per jaar en substantiële investeringen worden een stuk realistischer.
Hoeveel Nederlanders precies tot de top 1% behoren, is niet op basis van deze grens vast te stellen. Daarvoor moet je kijken naar de officiële inkomensverdeling van individuele personen en hetzelfde inkomensbegrip hanteren. De CBS-cijfers over inkomenspercentielen bieden hiervoor informatie over huishoudens, maar die bedragen zijn niet één-op-één te vergelijken met individuele salarissen.
Lees ook: Hoe duur is de verwarming? Zoveel kost het wanneer je hem 1 graad hoger zet